
Bijna 200 jaar geleden woonde in Londen een rijk zakenman, genaamd Ebenezer Scrooge. Een onaardige, harteloze man die in de stad bekend stond om zijn hardvochtigheid en gierigheid. Zieke en behoeftige mensen deden tevergeefs een beroep op hem en werden weggestuurd. Scrooge was alleen met zijn eigen belangen bezig.
Samen met Marley, zijn compagnon, had hij een zaak opgericht, maar Marley was een aantal jaren eerder onder duistere omstandigheden overleden. Nu werkte alleen Bob nog in zijn zaak, een man die lange dagen maakte, hard werkte en daarvoor zeer slecht beloond werd.
Het is kerstavond, het sneeuwt en er hangt een dichte mist, het is koud en donker. Scrooge spoedt zich naar huis, het huis van Marley, waarin hij na diens dood is gaan wonen.
Als hij binnen komt heeft hij het gevoel dat hij niet helemaal alleen is, hij kijkt rond maar vindt niemand. Scrooge zorgt ervoor dat alle ramen en deuren goed afgesloten zijn en maakt zich klaar om naar bed te gaan.
Opeens beginnen alle klokken in huis te spelen en te slaan. Scrooge hoort de kelderdeur open gaan en daarna voetstappen op de trap en het rammelen van kettingen. Gespannen wacht hij af wat er gaat gebeuren…
Continue Reading »



Tot die tijd:
