Toen de Spanjaarden voor het eerst Mexico ontdekten, waren ze hoogst verbaasd een zeer gezond en sterk mensenras aan te treffen, die zich op het eerste gezicht voedden met chilipepers, pompoen, bonen en mais. Men denkt dat mais is ontstaan uit een wilde grassoort, zo’n vijf duizend jaar geleden, door toedoen van de Aztecen.
Langzaam verspreide mais zich over Centraal-Amerika en daarna over Noord-Amerika. Toen de Noord- Europeanen in 1600 voet aan wal zetten in Noord-Amerika, was mais al vastgeroest in de eetgewoonten van de lokale Indianen.
Wat ik ergens gelezen heb, is dat mais voor de inheemse bevolking veel meer was, dan alleen maar voedsel. In de religie speelde mais een grote rol, men vereerde de maisgoden. Voor de Maya’s, waren hun taal, hun rituelen en hun kalender allemaal gebaseerd op mais. De hoogste god van mais heette Quetzalcoat, hij was een jonger familielid van de meestergod Kukultan, van wie verteld wordt dat hij de stad Itza in Yucatan heeft gesticht, de stad waarvan de ruïnes nog steeds kunnen worden bezocht. Eén van zijn logo’s was mais, dat begon te kiemen.
Klik hier voor een recept waar de Aztecen waarschijnlijk van zouden smullen! 





